Asbestinventarissen

De asbestinventaris: een cruciaal instrument

Sinds de jaren ‘90 zijn ondermeer de bedrijven verplicht om een asbestinven­taris op te maken.

Die inventaris moet alle informatie bevatten over de aanwezig­heid en de behandeling van asbest in het bedrijf.

Zo’n inventaris bevat een lijst van alle asbest en asbesthoudende materialen die in de gebouwen, de installaties, de machines,... aanwezig zijn.Per lokaal of bedrijfseenheid beschrijft de inventaris alle producten waarvan men zeker is of aanneemt dat ze asbest bevatten. Daarnaast geeft hij ook een lijst van alle werkzaamheden waarbij mensen blootgesteld kunnen worden aan asbest: verbouwingen, onderhoud van stookke­tels, enzovoort.

De asbestinventaris wordt voor advies voorgelegd aan de preventieadviseur arbeidsveiligheid en de preventieadviseur arbeidsgeneesheer, en ter informatie aan het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk (of de vakbondsafvaardiging als er geen Comité is).

Geeft de inventaris aan dat er asbest in het bedrijf aanwezig is, dan moet er ook een “beheersprogramma” uitgewerkt worden. Dat programma moet de blootstelling aan asbest en dus de risico’s zoveel mogelijk beperken.

Het bedrijf moet de asbestinventaris bezorgen aan elke externe onderneming die in het bedrijf werkzaamheden komt uitvoeren op plaatsen waar asbestvezels kunnen vrijkomen.

Deze inventaris vormt het uitgangspunt om te beslissen wat er met het asbesthoudend materiaal gaat gebeuren en hoe men de blootstelling van de werknemers zo laag mogelijk houdt. Ondernemingen van buitenaf die werk­zaamheden uitvoeren op plaatsen waar asbestvezels kunnen vrijkomen krijgen ook een kopie van de inventaris.

De FOD Werkgelegenheid heeft een brochure gepubliceerd met als titel “Asbestinventaris en beheersprogramma”. Deze brochure is in het bijzonder bestemd voor werkgevers en werknemers.